Organisatie
Organisatie

Afdeling RMIT, onder leiding van Jo Coenen heeft als doel het bevorderen van multidisciplinair onderzoek, onderwijs en kennisuitwisseling op het gebied van transformatie van de bestaande gebouwde omgeving.
Wilt u op de hoogte blijven van alle activiteiten bij RMIT, meldt u dan aan voor de RMIT nieuwsbrief.
Waardering van het bestaande en kracht van de verandering
De beleving van het bestaande stedelijk weefsel en de gebouwen is aan twee krachten onderhevig. De een is de waardering voor het bestaande en het gevoel van zekerheid dat het verleden geeft. De ander is de kracht van de verandering die het gevoel van verwachting, verrassing en hoop geeft. Vooral in de laatste decennia is de wereld sociaal en cultureel in een onvoorstelbare dynamiek terechtgekomen als gevolg van digitalisering, globalisering, commercialisering, individualisering, massamigratie, etc. Tegelijkertijd zie je een sterke behoefte aan houvast en een beweging om het bestaande te bewaren. Helaas zie je overal de dynamiek van verandering en de behoefte aan continuïteit botsen, terwijl ze als dualiteit juist elkaar kunnen versterken en samen fantastische resultaten kunnen opleveren.
Onderwijs
Onderzoeksvragen uit de markt vormen input voor voor het onderwijs, zoals bijvoorbeeld opdrachten voor de afstudeermasters. Concrete voorbeelden zijn het herontwerp voor het voormalige KPN gebouw Binckhorst in Den Haag, een conserveringsplan voor Paramaribo en de analyse van de stedelijke structuur van de stad Dordrecht.
Onderzoek
Het RMIT onderzoeksprogramma Design & History is een afspiegeling van het multidisciplinaire onderzoek naar de transformatie van de gebouwde (historische) omgeving. De benadering is integraal, van detail tot stad, van restauratie tot (her)ontwikkeling, van Nederland tot de hele wereld, van onderzoek naar onderwijs.
Achtergrond
Historisch bewustzijn is een van de handelsmerken van RMIT. De wijze waarop men zich tot de geschiedenis verhoudt speelt een cruciale rol. Bij transformatieopgaven, of het nu gebouwen, gebouwensembles of stedelijke territoria betreft is het noodzakelijk (ontwerp)onderzoek te verrichten waarin de ontwikkelingsgeschiedenis wordt verkend. Elke interventie (ontwerpingreep) in bestaande structuren is immers een bijdrage gericht op continuïteit en verdere ontwikkeling. Inventariserend en analytisch onderzoek verschaft de bij de transformatie betrokken partijen - eigenaren, ontwerpers, ontwikkelaars en beleidsmakers - inzicht in de ontstaansgeschiedenis en achtereenvolgende ontwikkelingsfasen van het object of ensemble. Deze verzameling van feiten vormt steeds het decor waartegen zich elke nieuwe ontwikkeling aftekent. Analyse daarvan geeft richting aan de interventie. De faculteit Bouwkunde aan de TU Delft mag in Nederland beschouwd worden als de bakermat van het fenomeen plananalyse, een vorm van onderzoek die zijn oorsprong vindt in Italië. Dit type ontwerponderzoek onderscheidt zich nadrukkelijk van het zogenaamde bouwhistorisch onderzoek, dat o.a. door de Rijksdienst Cultureel Erfgoed wordt verricht met het doel om de zogenaamde monumentale waarden vast te stellen (waardestellingen).
Het onderzoeksprogramma van RMIT staat centraal in het huidige debat over continuïteit en verandering in de architectuur en het bouwen. Het behoud van het bestaande en de transformatie ervan is meer en meer een noodzaak aan het worden, met een sociale, economische en culturele relevantie. De conservering, restauratie, renovatie en transformatie van bestaande gebouwen betreft tegenwoordig circa tweederde van de totale activiteit van architecten. Bij ingrepen in bestaande structuren is het de taak van ontwerpers om nieuwe ideeën te ontwikkelen met respect voor wat waardevol is. Zij moeten als lid van een veelal multidisciplinair samengesteld team, integrale oplossingen verzinnen voor hedendaags gebruik, ergens tussen continuïteit en verandering.

