Introductie

Urbanism, architectuur en planning

Waarom kiezen voor Urbanism? Waarin onderscheidt dit vakgebied zich van architectuur en planologie? Stedebouwkunde en architectuur hebben in Nederland vanouds veel met elkaar te maken, maar nemen elk een eigen plaats in. Het onderwijs in deze vakken gaat in de Bachelorfase voor een deel gelijk op, maar wordt specifieker naarmate het afstuderen nadert, in de Masterfase.

Architectuur houdt zich bezig met de ruimtelijke vormgeving van gebouwen in de ruimste zin van het woord, en wordt in die zin aan de faculteit onderwezen. Urbanism of stedebouwkunde betekent aan deze school de kundigheid van de bouw van de stede, dat is de menselijke woonplaats. Dat houdt in, dat men de plattegrond, de positie van de gebouwen en de ruimten van de stad in samenhang met elkaar ontwerpt. Daarvoor zijn stedebouwkundige concepten, planvormen en ruimtelijke strategieën nodig, waarin het ruimtelijke vraagstuk ‘van interieur tot horizon’ wordt doordacht en doorleefd.

Uitbreiding van de steden omvat in Nederland altijd ook de transformatie van het onderliggende landschap en de vormgeving van het landschap in de stad en van het omliggende of tussenliggende landschap. Dat is de reden, dat Urbanism onlosmakelijk verbonden is met Landschapsarchitectonisch ontwerpen. Stad en cultuurlandschap gaan samen op in een nieuwe eenheid, waarin ook de genius loci, de horizon en de natuur, een plaats moet krijgen. Ruimtelijke Planning is het vakgebied dat kennis ontwikkelt die noodzakelijk is voor de stedebouwkundig ontwerper: kennis op het gebied van maatschappelijke ontwikkelingen en behoeften, en kennis op het gebied van de voorbereiding en uitvoering van stedebouwkundige plannen. Door de directe relatie met het ruimtelijk ontwerpen, onderscheidt Ruimtelijke Planning zich van het vakgebied Planologie, dat meer gericht is op beleidsvoorbereidingen aan andere universiteiten wordt gedoceerd.

Kiezen voor Urbanism betekent dus dat men zijn blik richt op dit grotere geheel, op het ‘ontwerpen door de schalen heen’, en op de samenhang tussen de verschillende ontwerpvraagstukken en de eigen bijdrage van de verschillende ontwerpvakken. Dat is niet eenvoudig en vraagt een grote inzet, maar het is wel heel boeiend en bovendien maatschappelijk zeer relevant.

In onze dichtbevolkte delta is aan het begin van de 21e eeuw sprake van ingrijpende maatschappelijke veranderingsprocessen, terwijl tegelijkertijd de fysieke condities van het grondgebied er niet eenvoudiger op zijn geworden. Dit vereist nieuwe, creatieve en ingenieuze oplossingen voor een efficiënte en betekenisvolle inrichting van het grondgebied op elke schaal. Bij de stedebouwkunde gaat het daarbij per definitie om duurzaamheid. Stedebouwkundige ontwerpen zijn erop gericht het grondgebied zodanig in te richten dat de nieuwe of vernieuwde inrichtingmogelijkheden biedt voor gebruik op een lange termijn.

© 2012 TU Delft

Metamenu